
In deze editie van Serviezendomein volgen we hem op zijn pad langs de ateliers en fabrieken waarvoor hij serviesgoed ontwierp. Geen van zijn dienstverbanden in de aardewerkindustrie duurde lang. Telkens hopte hij van de ene producent naar de andere. Was dat omdat hij zo perfectionistisch was dat niemand aan zijn eisen kon voldoen of was het de realiteit van het kunstenaarschap in de aardewerkindustrie aan het begin van de vorige eeuw?




Het kunstenaarschap van Chris van der Hoef is niet onopgemerkt gebleven. Zijn ontwerpen vielen in de smaak bij de consument en zeker ook bij de jury's van vele nationale en internationale exposities voor toegepaste kunst. Van der Hoef ontving vele prestigieuze prijzen. Hoewel een beetje wars van publiciteit dook hij regelmatig op in de tijdschriften en kranten van zijn tijd. Maar, dat wil niet zeggen dat zijn naam is vereeuwigd. Een kleine honderd jaar na zijn dood is hij bij het grote publiek nauwelijks nog bekend. Een ernstig onrecht.

In memoriam
[…] maar voor hem, den in wezen eenzame, was de aanraking met de vele kleine kanten, die menschen in hun omgang met elkaar altijd na zekeren tijd toonen, zulk een kwelling, dat hij zich meer dan eens teleurgesteld terugtrok.
Dit, gevoegd bij zijn afkeer van alles, wat naar reclame voor eigen persoon zweemde, en zijn hooghartige minachting voor vleierij […] heeft gemaakt dat hij ondanks zijn vele werk […] veel minder algemeen bekend is geweest, dan zijn begaafdheid en zijn vruchtbare werken billijkerwijze hadden mogen doen verwachten.
Zelf heeft hij dit nooit als een gemis gevoeld; als hij maar werken kon zonder lastig te worden gevallen door maatschappelijke zorgen, waar hij als echt kunstenaar al bijster slecht tegen kon…
Uit:
in memoriam door M.R.J. Brinkgreve in Elsevier, 1933

Chris van der Hoef,
foto Bernard F. Eiler,
ca. 1896 t/m ca. 1900,
uitsnede,
Collectie Stadsarchief
Amsterdam: foto's

De Kunstenaar
Wanneer je alle 20e-eeuwse levensbeschrijvingen van kunstenaars op een hoop gooit, dan merk je hoe deze teksten vaak zijn gekleurd door een romantisch beeld van ‘dé kunstenaar’. Ongeacht hun succes, hun maatschappelijke positie, de omvang van hun vriendenkring en nageslacht, toch waren ze volgens de geschriften vrijwel allemaal in zichzelf gekeerd, wars van de wereld, vooral onbegrepen en leefden ze in armoede. Het lijkt meer een soort opdracht dan een constatering: kunstenaars móéten asociale, arme en vereenzaamde types zijn. Je zou van een ‘Bohémien-syndroom’ kunnen spreken of beter nog: 'La Bohème-syndroom', naar de opera van Puccini over de ongelukkige liefde tussen een arme schilder en zijn zieke buurvrouw.
Chris van der Hoef en (Voorheen) Amstelhoek
pagina 1